dinsdag 21 september 2010

Moeizaam begin eerste campagneweek Suiker Unie

De eerste campagneweek, 13 tot 20 september, van Suiker Unie werd gekenmerkt door moeilijke oogstomstandigheden.
Overvloedige neerslag zorgde vooral in het noorden van Nederland dat niet overal volgens planning gerooid kon worden. De fabrieken zijn goed van start gegaan en draaien vanaf 19 september op volle capaciteit.

De kwaliteit van de bieten is, zeker gezien de omstandigheden, goed. Het suikergehalte lag de eerste week rond 15,5 procent. Er waren ook partijen die al ruim 16 procent suiker bevatten. Vanwege de moeilijke oogstomstandigheden is de tarra met 15 tot 16 procent een acceptabel cijfer. Wel hoger dan voorgaande jaren aan het begin van de campagne, maar veel lager dan in het verleden bij natte omstandigheden

maandag 6 september 2010

Oogstverwachtingen suikermarkt pessimistisch

De extreme weersomstandigheden bedreigen wereldwijd de opbrengst van suikerriet en -bieten. Verschillende instanties voorspellen een tegenvallende oogst en bijgevolg een stijging van de suikerprijs. Vooral de droogte in Brazilië en Thailand en de overstromingen in Pakistan hebben schade aangericht. Hierdoor kan het lage niveau van de suikervoorraden wereldwijd niet worden gerecupereerd.


De afgelopen twee seizoenen was de consumptie van suiker groter dan de productie, waardoor de wereldwijde voorraden vandaag onder druk staan. Dat probleem zal zich dit seizoen niet oplossen, voorspelt Rabobank Agri Commodity Markets Research in het Agrarisch Dagblad. Concreet verwachten ze dat de oogst slechts 3,5 miljoen ton meer zal bedragen dan de consumptie. "Na twee seizoenen van tekorten is dit surplus te klein om de wereldvoorraad opnieuw aan te vullen", meldt Rabobank. Bovendien kan de suikermarkt volgens analist Andy Duff hierdoor geconfronteerd worden met plotse prijspieken.

Oorzaken van de tegenvallende oogstverwachtingen liggen volgens Rabobank bij de slechte groeiomstandigheden voor suikerriet en –bieten in belangrijke productielanden. Met name de droogte in Brazilië, de droogte en het teruggelopen verbruik van kunstmest in Thailand en de overstromingen in Pakistan worden als oorzaken aangewezen. Daarenboven valt de bietenoogst in de EU en Rusland tegen.

Behalve Rabobank toont ook het internationale suikerhandelsbedrijf Czarnikow haar bezorgdheid om de toekomstige suikeroogst. Het Russische handelshuis schat de productie zelfs nog pessimistischer in: Czarnikow verwacht met een opbrengst van 172,2 miljoen ton in 2011 slechts een overschot van één miljoen ton.

Ook het persbureau Agra Europe en agriconcern Cargill zien de suikeroogst somber in. Volgens Agra Europe had de Europese Commissie de import van suiker uit ontwikkelingslanden (ACP- en EBA-landen) dit jaar geraamd op 1,657 miljoen ton, maar heeft ze tot de maand augustus slechts voor 1,322 miljoen ton importaanvragen ontvangen. Agra Europe schrijft dit toe aan de hoge suikerprijs, waardoor de ontwikkelingslanden hun suiker verkochten aan afnemers dichterbij, en aan de tegenvallende suikeroogst.

Cargill tenslotte verwacht ook stijgende prijzen. Daarbij wijst de groep niet alleen op de kleine oogstverwachtingen, maar ook op een mogelijke koopwoede in China.

donderdag 2 september 2010

Handelsbedrijf verwacht weer tekort aan suiker

Het internationale suikerhandelsbedrijf Czarnikow verwacht dat de wereld dit jaar 172,2 miljoen ton suiker produceert.


Dat is slechts 1 miljoen ton meer dan het verbruik. Daar heeft het concern de verwachte productiedaling in Pakistan nog niet in meegerekend. De Rabobank stelde al eerder dat de productie onvoldoende is om de gekrompen voorraad aan te vullen.

donderdag 26 augustus 2010

Rassenkeuze bieten

De gegevens over de rassen in de rassenlijst zijn verkregen uit onderzoek dat minimaal gedu-rende drie jaar is verricht op meerdere proefvelden, die verspreid over het land zijn aangelegd. Dit is de enige solide basis voor een verantwoorde rassenkeuze.
 
1 Rhizomanie
Alle rassen op de aanbevelende rassenlijst zijn resistent tegen rhizomanie.

2 Rhizoctonia
De bodemschimmel Rhizoctonia solani veroorzaakt veel schade aan de bieten. Chemische be-strijding is niet mogelijk. Rhizoctoniaresistente rassen (Arrival, Solano en Piranha) beperken veelal de schade. Het resistentieniveau van deze rassen is niet volledig. Vooral bij een vroege aantasting kan nog plantuitval plaatsvinden.
Bij een zware besmetting kunnen ook later in het seizoen bieten aangetast worden en gaan rotten. De kans op schade door rhizoctonia neemt toe door een slechte structuur en door de teelt van gewassen als maïs en gras. Ook gewassen zoals schorseneren, wortelen en lelies vergroten de kans op rhizoctonia. Zorg daarom vooral voor een goede structuur van de grond en beperk de teelt van bieten na risicovolle gewassen. Goede voorvruchten zijn: granen, aardappelen, blad-rammenas en gele mosterd. Alle rhizoctoniaresistente rassen zijn ook resistent tegen rhizomanie. De relatieve opbrengst- en kwaliteitsgegevens van deze rassen staan vermeld in de tweede tabel op bladzijde 2 van de Zaadbrochure.
 
3 Witte bietencysteaaltjes
In vrijwel alle teeltgebieden komen aantastingen door bietencysteaaltjes voor. Er zijn twee soorten: het witte bietencysteaaltje (Heterodera schachtii) en het gele bietencysteaaltje (Heterodera betae). Theresa KWS beperkt de vermeerdering van en de schade door het witte bietencysteaaltje, maar niet van het gele. Dit ras, momenteel het enigste resistente ras op de markt, is partieel resistent. Dit betekent dat er bij Theresa KWS nog altijd vermeerdering kan zijn van het bietencysteaaltje. De vermeerdering is echter wel flink minder dan bij de vatbare rassen. Daarom zijn aanvullende maatregelen nodig, zie hiervoor hoofdstuk 6 ‘Bietencysteaaltjes’.
De relatieve opbrengst- en kwaliteitsgegevens van Theresa KWS op proefvelden zonder besmet-ting met bietencysteaaltjes staan vermeld in de eerste tabel op bladzijde 2 van de Zaadbrochure. Onder deze omstandigheden is de opbrengst van het resistente ras enige procenten lager dan van de vatbare rassen. Het resistente ras is ook onderzocht op proefvelden met een zware tot zeer zware beginbesmetting (zie de derde tabel op pagina 2 van de Zaadbrochure). De opbrengst van het resistente ras is dan aanzienlijk hoger dan die van de vatbare rassen. Modelberekeningen op basis van proefveldresultaten laten zien dat de inzet van deze partieel resistente rassen lonend is vanaf een lichte tot matige beginbesmetting (circa 150-300 eieren en larven/100 ml grond), afhankelijk van de droogte in een jaar. Aangezien het van te voren niet duidelijk is of er veel droogte zal optreden, is het advies om vanaf een lichte besmetting een resistent ras in te zetten.
De vermeerdering van het witte bietencysteaaltje is sterk afhankelijk van de jaaromstandigheden en de beginbesmetting. Resistente rassen vermeerderen onder alle omstandigheden het witte bietencysteaaltje minder dan de vatbare rassen. De resistentie is niet volledig. Ook bij resistente rassen zal er afhankelijk van de begindichtheid een vermeerdering van de aaltjes kunnen optreden. De verschillen in resistentie tussen de rassen is onderzocht in een klimaatkamertoets. In de derde tabel op bladzijde 2 van de Zaadbrochure zijn de uitslagen van deze toets vermeld. Deze rassen zijn ook resistent tegen rhizomanie.
 
4 Bladschimmels
In de praktijk komen behalve cercospora vaak ook de bladschimmels meeldauw, roest en ramularia voor. Tot 2006 is onderzoek gedaan aan cercosporaresistente rassen, maar deze rassen bleven in opbrengst achter. Bovendien was het sowieso nodig om een fungicidenbespuiting uit te voeren, omdat deze rassen niet resistent waren tegen de andere bladschimmels. Daarom is vanaf 2006 dit onderzoek stopgezet. In het huidige rassenonderzoek worden geen waarnemingen gedaan op gevoeligheid voor bladschimmels. De proefvelden worden op tijd behandeld met fungiciden, waardoor ze er in principe vrij van blijven.